Alsof het zo hoorde
dat geven het fijnste was
en nemen nooit gewoon
zijn we elkaar ergens verloren
en het went nooit.
Dit is wat ik niet zei. Toen ik boos was. Verdrietig. Gelukkig. Verliefd. Teleurgesteld. Euforisch. Verlegen. Toen durfde ik het niet tegen je te zeggen. Maar later schreef ik het op, voor iedereen die het lezen wil.
We waren nog te jong
blauwe plekken worden geboren
benen tot bloedens toe geschoren
en kruisjes in muggenbulten laten enkel jeuk over
een klein hartje tegen drie lagen huid
wederom verloren
ook deze morgen worden de mooiste smoezen verzonnen en pijn verdrongen
wachtend tot nieuwe huid zich langzaam vormt over onze oude wonden
Alsof het zo hoorde
dat geven het fijnste was
en nemen nooit gewoon
zijn we elkaar ergens verloren
en het went nooit.
ik voorzie de vliegen van elektrische schokjes en de dorstige planten niet van water
het bedorven eten heeft nooit een kans gekregen en ik heb nog steeds een kater